HOME
Info Wilhelminasluis
Dagelijks Nieuws
Foto's Vrachtschepen
Andere Scheepsfoto's
Bijzondere schepen
Schepen >100 jaar
Ansichtkaarten
Historie sluis
Oorlog in de Regio
Historie in de Regio
Andel Toen en Nu
Verhalen
Bodemvondsten
Leuke websites
Andel Wandelt
Vragen
Reacties
Contactformulier

 
Thuishaven Ael

 “Disponibel” Woudrichem stond er op het naambord van ons binnenschip, maar voor mijn gevoel was Andel onze thuishaven. Op de foto hieronder het schip met het muziekkorps uit Woudrichem erop.

Als kind werd ik altijd opgewonden als mijn ouders me vertelden dat we richting Ael gingen varen. Soms maakten we maar kort vast, andere keren hielden we zondag of zelfs winter. Ons plekje was bij De Zwaan, vlakbij de aanlegsteiger, maar zo dat de Bossche boot daar nog kon aanleggen.
Er woonde veel familie in Andel en mijn oudere broer en zus waren in hun schooljaren lange tijd bij familie (familie van Andel) in huis. Nauwelijks had mijn vader de schuit, zoals we ons motorscheepje noemden, aan De Zwaan gemeerd, of ik rende over de dijk via de Ondervoet om het mijn broer te vertellen.
“We liggen aan De Zwaan”, riep ik hem, zodra ik hem zag, toe. En dan rende hij direct met mij terug naar ons schip.
In de periode dat mijn zus aan de “wal” woonde, spoedde ik me in tegenovergestelde richting naar de familie waar zij in huis was, met hetzelfde resultaat.
De “Disponibel” was ons ware thuis. ’s Zomers dwaalde ik graag rond bij en op de naburige krib waar ik lisdodden en veel soorten wilde bloemen aantrof. Maar ik werd vooral gefascineerd door het duikertje dat het moerasje “De Stikke” met de Maas verbond. Het was vol mysterieus waterleven en ik volgde met aandacht de kleine visjes die daar rondzwommen. Met mijn broer verkende ik ook allerlei interessante dingen op de boerderij aan de Ondervoet, die zijn toenmalig thuis was, of hielp met het pompen van water voor de koeien.
De wereldoorlog die voor een ieder veranderingen meebracht beïnvloedde ook ons leven. De militairen van een naburig land begonnen schepen te “vorderen” en mijn vader verborg ons schip uit voorzorg in een gebied van wilgenhout en hoog riet. Opnieuw was het in Andel waar we bij familieleden aan het “Boveneind” gastvrij onderdak kregen. Ik bezocht zelfs regelmatig de lagere school aan het “Benedeneind” zolang deze nog functioneerde. 

 

Na de bevrijding vonden we ons schip terug en gingen weer varen. Een jaar later was het mijn beurt om bij familie, ditmaal aan het “Benedeneind”, te gaan wonen om regelmatig onderwijs te kunnen volgen. Deze oom was geen boer, maar timmerman; voor mijn even oude neefje en ik was de “timmerwinkel” een interessante omgeving.
Twee jaar lang bezocht ik de lagere school bij de Romboutstoren en ik had vriendjes onder de elkaar vaak bestrijdende Bovenendse en Benedenendse schoolkinderen. Oorlogje voeren was toen een populair spel.Daarnaast was er allerlei ander vermaak zoals in de herfst het “basemen”, naplukken van fruitbomen, en ’s winters sleetje rijden van de dijkstoepen en schaatsen op de bevroren Maas.

Daarna verloor ik Andel voor tientallen jaren uit het oog, maar ik verloor het nooit helemaal uit mijn hart. Wanneer ik in Andel logeer treft het me opnieuw hoe mooi de omgeving is. Zoals veel mensen vind ik het uitzicht vanaf de Maasdijk over de Maas prachtig. Er zijn veel nieuwe voorzieningen in Andel en ook dingen die ik mis. De buitendijkse omgeving bij De Zwaan, waar ik als jongetje vrij kon rondlopen, is niet langer toegankelijk; bij de kribben verderop is dit gelukkig nog wel het geval.

Het meest mis ik echter de mogelijkheid tot een rondwandeling die we vroeger konden maken via de Sluisdijk naar de sluis en dan TERUG LANGS DE MAAS naar De Rib of andersom. Deze uiterwaard is ook helaas niet meer voor het publiek toegankelijk.

Maar wie weet komt daar nog eens een wandel- of fietspaadje…..

Kees Vriens
Obdam

 Uit: Aktu-Ael, Dorpsblad Andel, zesde jaargang nummer 2, oktober 1997

       terug naar boven of naar overzicht verhalen 

Top