HOME
Info Wilhelminasluis
Dagelijks Nieuws
Foto's Vrachtschepen
Andere Scheepsfoto's
Bijzondere schepen
Schepen >100 jaar
Ansichtkaarten
Historie sluis
Oorlog in de Regio
Historie in de Regio
Andel Toen en Nu
Verhalen
Bodemvondsten
Leuke websites
Andel Wandelt
Vragen
Reacties
Contactformulier

 

27 april 1943 Wellington bij Poederoijen 

Om 03.15 uur in de nacht van 26 op 27 april 1943 wordt een Engelse Wellington-bommenwerper door een Duitse nachtjager neer-geschoten. Het toestel behoort tot het 196 squadron en is op de terugweg van een bombardement op Duisburg.
Tijdens de crash in de percelen “Hekkespoel”, bouwland, en “De Drie Morgen”, weiland, van de polder Munnikenland bij het dorp Poederoijen vindt de bemanning, bestaande uit Piloot Sgt. G.F. Fletcher, Navigator P/O E.G. Francis, Bommenrichter Sgt. E.Th.D.Hardee, Luchtschutter Sgt. J.A. Hawkins en Telegrafist Sgt. F.Th.Pratt, de dood. Allen worden begraven in Poederoijen.
Omdat gedacht wordt dat een bemanningslid per parachute uit het toestel is gekomen, zet de politie de veren in de regio af om de mogelijk overlevende te kunnen arresteren.

 In de avond van 26 april 1943 stijgen 561 vliegtuigen - 215 Lancasters, 135 Wellingtons, 119 Halifaxes, 78 Stirlings en 14 Mosquitos op voor een bombardement op Duisburg. Deze grote aanval wordt gedeeltelijk een mislukking. Van de strijdmacht keren 17 toestellen - 7 Halifaxes, 5 Wellingtons, 3 Lancasters en 2 Stirlings – niet op hun basis terug.
Hoewel de Pathfinders claimen het doel nauwkeurig te hebben gemarkeerd, laat verkenning bij daglicht de volgende dag zien dat de meeste bommen ten noordoosten van Duisburg zijn gevallen. De hoofdmacht heeft of te vroeg gebombardeerd of ze is afgeleid door branden dichtbij het doel. Hoe dan ook, Duisburg heeft meer dan 300 vernietigde gebouwen en tussen de 130 en 207 doden. In Duisburg zelf wordt gesproken van: “Ein britischer Bombenangriff auf Duisburg in der Nacht zum 27. April fordert 80 Menschenleben”. Over de Sint Luger wordt het volgende opgemerkt: “In der Nacht des 26. zum 27. April 1943, es war die Nacht von Ostermontag auf Osterdienstag, wird die Kirche durch Bomben schwer beschädigt. Weitere Zerstörungen folgten”.

   

St. Luger nog in volle glorie

 

Oorlogsverwoestingen

Op vrijdag 30 april worden de vijf doden van de neergeschoten Wellington, waarvan toen nog alleen Fletcher en Hawkins geïdentificeerd waren, begraven. De kisten met de stoffelijke overschotten worden door een zestal leden van de Luchtbeschermings-dienst naar een gemeenschappelijk graf gedragen.
Doordat op die dag op diverse plaatsen stakingen uitbreken, zijn bij de begrafenis geen leden van de Wehrmacht aanwezig.
Ds. J. van der Haar, Nederlands-Hervormd predikant aldaar, leest psalm 90 voor, vervolgens houdt hij naar aanleiding van dit bijbelgedeelte een toespraak en de teraardebestelling daarna wordt met een gebed besloten, waarna de Burgemeester het grote aantal belangstellenden dankt.


   

 

 Hans-Dieter Frank
De Wellington wordt die nacht neergeschoten door Hans-Dieter Frank, een op 8 juli 1919 te Kiel geboren Duitse piloot.  
”Hans-Dieter Frank trat 1937 in die Luftwaffe ein. Bei Kriegsbeginn flog er als Zerstörer-Pilot bei der I. Gruppe des Zerstörer-Geschwader 1. Nach dem Polen- und Frankreich-Feldzug wechselte er zur Nachtjagd , deren technische Entwicklung er maßgeblich prägte und mitgestaltete. Am 27. November 1942 wurde er mit dem Deutschen Kreuz in Gold ausgezeichnet. In der Nacht vom 21. zum 22. März 1943 errang er sechs Nachtabschüsse. In der Nacht vom 3. zum 4. April 1943 erzielte er seinen 20. Nacht-Abschuß. Nach 38 wurde er am 20. Juni 1943 als Hauptmann und Staffelkapitän der 2. Staffel des Nachtgeschwaders 1 mit dem Ritterkreuz ausgezeichnet. Kurze Zeit später übernahm er dann die I. Gruppe des Nachtjagd-Geschwaders 1. Im September 1943 erzielte er seinen 55. Abschuß. Am 27. September 1943 ist Hans-Dieter Frank bei der Kollision mit einem anderen Nachtjäger über Hannover ums Leben gekommen. Posthum wurde er am 2. März 1944 mit dem Eichenlaub ausgezeichnet und zum Major befördert.”

   

 

 

Hans-Dieter Frank in het midden

Over het sneuvelen van Hans-Dieter Frank en zijn telegrafist Götter zijn de meningen verdeeld.
Op de Internetsite www.veteranen-online.nl/won/lek.htm in een verslag over 21/22 juni 1943 staat het volgende, overeenkomend met het stuk hiervoor:
“Hans Dieter Frank, die inmiddels Gruppenkommandeur van I/NJG 1 was geworden, vond samen met zijn telegrafist Götter de dood bij een vliegtuigongeval op 27 september 1943, toen zijn He 219 boven Celke, ongeveer 25 km ten westen van Hannover, in botsing kwam met een Messerschmitt BF 110. Frank, die 55 neergeschoten vliegtuigen op zijn naam had staan, werd begraven op het kerkhof in Bergen-Gladbach, dichtbij Keulen, en Götter in z'n woonplaats Breslau.”
Op www.derondevenen.nl wordt het als volgt weergegeven:
“De zegevierende Luftwaffe-kapitein Frank kon niet lang van zijn overwinning genieten: 27 september van dat jaar sneuvelde de aas, toen zijn hagelnieuwe en door de Britten gevreesde Heinkel 219 boven Hannover in botsing kwam met een andere nachtjager.”

No 196 Squadron
Formed as a training squadron at Heliopolis in Egypt on 9 August 1917, it disbanded on 13 November 1917 by being redesignated the Aerial Flying School.
The squadron reformed as a bomber unit at Driffield on 7 November 1942 and received Wellingtons in the following month, when it moved to nearby Leconfield.  Operations began in February 1943 and in July the squadron moved to Witchford, where it converted to Stirlings.  From August to November it continued in its previous role but that month it transferred to the airborne forces role.
Following parachute dropping and glider towing training the squadron received Stirling IVs and began supply dropping operations to resistance forces in February 1944.  These continued to the end of the war as well as taking part in the three major airborne operations, namely Operation 'Overlord', Arnhem and Operation 'Varsity', the Rhine crossing of March 1945.  In May the squadron carried troops to Norway and Denmark, after which it continued with general transport duties until disbanding on 16 March 1946.
Squadron Codes used: KG: Allocated April 1939 - September 1939; ZO: November 1942 - March 1946; 7T: May 1943 - March 1946

The station re-opened for flying in December 1942, No. 4 Group re-asserting control and moving moving in Nos. 196 and 466 Squadrons from Driffield. Both were Wellington equipped and had been recently formed. No. 466, an Australian-manned unit, undertook its first operation from Leconfield on January 13, 1942 when six aircraft were despatched to lay mines off the Frisian Islands, and No. 196 on the night of February 4/5 when eight Wellingtons bombed Lorient. No. 4 Group was gradually re-equipping as an all-Halifax formation and to this end the Wellingtons were phased out. In July 1943, No. 196 Squadron ceased operations and was moved south to Witchford in No. 3 Group to be rebuilt as a Stirling unit. During operations from Leconfield, it had undertaken 86 operations, 41 being to lay mines, and lost 13 Wellingtons in the process. No. 466 Squadron converted to Halifaxes in the late summer of 1943 having lost 25 Wellingtons in 89 raids.

De Wellington van Fletcher steeg op van Leconfield Airfield: "...... in Yorkshire in England's north east, was opened as a Royal Air Force (RAF) bomber station in December 1936. It operated as such until it was taken over by Fighter Command in September 1939 to provide air cover over the Humber River and the approaches to the industrial cities of the English Midlands. The airfield was returned to Bomber Command in October 1941. In May 1945, Transport Command took over operation of the airfield. Following the war, Leconfield remained an operational RAF station until January 1977 when it was taken over by the British Army.

In het archief in Zaltbommel vond ik een rapport m.b.t. deze crash van de toenmalige burgemeester van de gemeente Poederoyen, alsmede te tekst van zijn toespraak bij de begrafenis.

   

 

 

 

     terug naar boven of naar overzicht Oorlog in de Regio

Top